Met de dezer dagen gelanceerde elektrische Ioniq 3 en de binnenkort ook in de toonzalen van de dealers verwachte volgende generaties van de Bayon en de Tucson valt er momenteel heel wat nieuws te rapen bij Hyundai. Op het autosalon van Parijs wou de glunderende Europese productchef Christopher McKinnon dan ook graag enkele ‘lastige’ vragen beantwoorden.
De functie van Christopher McKinnon heet officieel – hou je vast – Vice President Head of Product and Product Director Office for Europe. Het naamplaatje hangt sinds begin dit jaar op de deur van zijn kantoor nabij Frankfurt, de voormalige productleider bij Volvo mag de Europese productstrategie voor Hyundai en het in België nog niet gelanceerde zuster- en premiummerk Genesis aansturen. De dus eigenlijk zowat nieuwe functie en zelfs afdeling is in het leven geroepen om de productafstemming over de gehele keten te versterken en de regionale planning te versnellen, in nauwe samenwerking met de wereldwijde divisies. Nog wat concreter, hij moet zorgen voor een vroegtijdig inzicht in marktbehoeften en bijdragen aan een meer eenduidige koers voor de strategie van de twee merken in Europa. Onze eerste vraag lag dus eigenlijk wel wat voor de hand.
Hoe doet Hyundai het in een heel snel evoluerende en dus zowel spannende als ongetwijfeld moeilijke wereldwijde automarkt?
Wel, met nieuwe producten als de Bayon en de Tucson het is momenteel net een geweldige periode voor Hyundai. De competitie met de producten van de concurrentie is er natuurlijk altijd al geweest en de autosector is voortdurend in beweging, al gaat het laatste jaren inderdaad wel heel snel. Maar we bevinden ons met het merk momenteel echt wel in een heel goede positie.

Is het met toch de komst van heel wat nieuwe spelers dan niet extra moeilijk om jullie marktaandeel te behouden?
Het is natuurlijk altijd een ambitie van een bedrijf en dus ook van Hyundai om het marktaandeel op zijn minst stabiel te houden. Maar alle auto’s hebben levenscycli, er komt altijd een moment dat ook succesmodellen moeten worden vervangen. Zo’n markaandeel kan dus af en toe wel wat variëren, afhankelijk van de leeftijd van die auto’s. Je moet het steeds op een wat langere termijn bekijken en evalueren.
Van de elektrische Hyundai’s waren we het al gewoon, maar ook klassiekere modellen als de Bayon en vooral de Tucson komen nu toch wel met een vrij opmerkelijk en zelfs nogal gewaagd design. Is dat ook een manier om jullie nog wat meer te onderscheiden van vooral al die nieuwe Chinese concurrenten?
Niet alleen van die Chinese, maar van alle concurrenten. En we doen dat ook niet alleen met het design. De nieuwe Tucson is daar een heel goed voorbeeld van. Die is bigger, bolder and smarter (groter, stoerder en intelligenter, nvdr.) dan ooit en dus een heel duidelijk statement. Het mooie aan de filosofie van Hyundai is dat de ontwerpers altijd van een blanco blad papier mogen beginnen en zich aan nieuwe en ook gedurfde concepten mogen wagen. Tegelijk zorgen we met de zowat gelijktijdige lancering van die Tucson en de dus ook nieuwe Bayon evengoed voor wat sterkere visuele links tussen de modellen. Je zie nu sneller dat ze tot dezelfde familie behoren. Ook de Ioniq 3 sluit daarbij aan. Met de Art of Steel-designtaal creëren we voor het merk een duidelijkere identiteit.

Over die Ioniq 3 gesproken, vreest u niet dat het design van die auto voor sommige potentiële klanten net iets te apart kan lijken?
Dat risico bestaat altijd. Het al dan niet appreciëren van een design is heel subjectief. Maar we doen daar natuurlijk ook wel onderzoek naar en stellen dan toch vast dat de looks van onze modellen voor nogal wat mensen net een reden zijn om ervoor te kiezen. We behouden ook heel bewust wat visuele verschillen tussen de elektrische Ioniq-modellen en die met nog klassiekere hybride aandrijvingen. Voor de eerste zorgen onder meer de heel typische pixellichten, die staan ook symbool voor de technologische voorsprong van die auto’s. Maar andere Hyundai’s evolueren designgewijs nu ook wel wat in die richting.
Kijken jullie ook naar hoe al die nieuwe Chinese merken dat aanpakken?
Natuurlijk, maar alweer niet alleen de Chinese concurrenten. Ik ben een echte car guy en kijk sowieso voortdurend naar alle andere merken. En dus hier in Parijs evengoed ook naar Citroën, Peugeot of Renault. We zijn in Europa al tientallen jaren actief, we scoren sterk op verschillende domeinen. Maar we blijven altijd kijken naar wat anderen doen en soms misschien ook beter doen, we kunnen daar nog steeds van leren. En dat gaat dan ook niet alleen om design. Zo ontdekte ik in bijvoorbeeld de BMW iX3 wel iets dat ik ook graag in toekomstige Hyundai’s zou zien.

Jullie moeten nog altijd investeren in twee modellijnen tegelijk, eentje met nog eerder klassieke aandrijvingen en parallel een tweede met elektromotoren. Wanneer verwacht u een soort keerpunt waarop het echt richting de tweede categorie zal kantelen?
Mocht ik dat weten, ik begon mijn eigen bedrijf (lacht, nvdr.). Dat keerpunt schuift duidelijk wel wat op, naar 2035 of misschien nog verder. Maar het blijft net de kracht van Hyundai dat we die twee nog altijd sterke modellijnen hebben, met tegelijk heel wat hybride en dus elektrische auto’s. We dringen onze klanten nog helemaal niets op, ze blijven over een ruime keuze beschikken. Dat is zeker ook belangrijk voor markten waar ze vandaag nog altijd wat minder klaar lijken voor elektrisch rijden dan hier in Europa. Maar we analyseren alle evoluties natuurlijk constant, haast letterlijk op een dagelijkse basis.



