Waarom de nieuwe SUV van het herboren Lancia de voornaam Gamma meekreeg? Wel, hij komt er zowat 50 jaar nadat het toen echt nog prestigieuze Italiaanse merk een best wel originele berline en een zonder meer schitterende coupé met dezelfde naam lanceerde. Als dat niet om een terugblik vraagt, wat dan wel?
De nu dus als de ‘originele’ Gamma te omschrijven Lancia werd in maart 1976 op het autosalon van Genève onthuld, met meteen twee koetswerken. Zowel de berline met hatchbach- of eerder fastbackallures als de tweedeurscoupé waren ontwikkeld in samenwerking met Pininfarina, in het tweede geval op basis van een concept van Aldo Brovarone. De berline onderscheidde zich in een tijdperk van sowieso wel wat bijzondere ontwerpen door een echt onconventioneel concept, met ook al veel aandacht voor de stroomlijn en een comfortabel interieur. De Coupé (met hoofdletter dus) gedoopte tweedeurs werd naast technisch vernuft ook verondersteld de elegantie de elegantie van Italiaanse Gran Turismo-auto’s te belichamen.

Onconventioneel en elegant
De auto’s kwamen er in een periode waarin het merk een ingrijpende transformatie onderging. Lancia was eind jaren 60 in de Fiat-groep geïntegreerd en bezig met een grote vernieuwing van zijn gamma. Het eerste resultaat was de in 1972 geïntroduceerde Beta, maar Lancia wilde ook terugkeren naar het segment van de echte topmodellen. Daarin was het na het stopzetten van de Flaminia-productie in 1969 immers niet meer actief. Vandaar de komst van de Gamma, opnieuw met voorwielaandrijving, enkele best wel geavanceerde technische keuzes en dus ook een design waarmee men zich van de concurrentie kon onderscheiden.

Grote focus op aerodynamica
Er lag dus ook een grote focus op de aerodynamica, de energiecrisis van enkele jaren eerder had er voor gezorgd dat het (lage) verbruik van een auto een belangrijk verkoopargument was geworden. Vandaar een voor die tijd best wel lage luchtweerstandscoëfficiënt van 0,37 en dus sowieso een vrij uniek silhouet met heel schuine achterruit en een afgeknotte achterzijde. De achterklep opende verticaal en het onderste deel van de constructie sloot naadloos aan op de achterruit, met een ontwerp dat wat aan een jaloezie deed denken. Erachter en erronder school een grote bagageruimte. De achterbank was zo gevormd dat de twee zitplaatsen net zo comfortabel waren als de stoelen voorin. Het stuurwiel was in de hoogte verstelbaar en er waren vier elektrische bedienbare zijruiten en dito buitenspiegels.

Lange motorkap en originele kofferklep
Nog wat eleganter was natuurlijk de Coupé, die had een kortere wielbasis en een toen voor dergelijke auto’s wel klassiek concept met drievolumes. Opvallen deden de nogal scherpe lijnen, de zowel lange als lage motorkap, de kofferklep waarvan het middendeel door twee schuin aflopende vouwen lager lag en de sterk op elkaar lijkende hoeken van de voor- en achterruit. De koplampen hadden een automatische hoogteregeling. Het interieur met orginele kleurcombinaties en heel hoogwaardige materialen oogde nog wat exclusiever dan dat van de berline, de grote glasoppvervlakken zorgden alweer voor veel lichtinval.

Met boxermotor
Voor de nieuwe topmodellen werd, na eventjes een doorontwikkeling van de V6 uit de Flaminia of zelfs die uit de Dino-modellen van Ferrari en Fiat te hebben overwogen, een evengoed nieuwe en grotendeels uit aluminium vervaardigde viercilindermotor ontwikkeld. Die was 2,5 liter groot en van het boxertype, hij leverde 140 pk en diende ook als basis voor een net geen 2 liter grote motor van 120 pk. Die was vooral van groot belang voor de Italiaanse markt, waar een dergelijke cilinderinhoud minder zwaar werd belast. Zelfs Ferrari bracht toen trouwens varianten van bestaande modellen met een motor van dus net geen 2 liter uit, die kregen dan de voornaam 208 (in plaats van 308) mee.

Tweede serie in 1980
Hoewel beide koetswerkvarianten samen in maart 1976 waren onthuld, verscheen de Coupe pas een ruim jaar later bij de dealers. De berline kreeg dus een soort commerciële voorsprong. In 1980 was er al een grondige opwaardering van de Gamma, die hield naast enkele aanpassingen van het koetswerk (grille, voorbumper, velgen…) ook nieuwe materialen voor het interieur en zelfs een grondig hertekend dashboard in. De grootste motor kreeg een elektronische brandstofinjectie van Bosch, in de Coupé kon hij met een viertrapsautomaat worden gecombineerd.

Helaas geen commercieel succes
Een commercieel succes werd de Gamma helaas niet. Toen de productie in 1984 werd stopgezet en hij door de Thema werd opgevolgd, waren er maar zo’n 22.000 exemplaren van gebouwd en verkocht. Vandaag is de auto echter net wel heel gewild bij verzamelaars, hij wordt door liefhebbers dan ook gezien als een van de meest authentieke en innovatieve creaties van de Italiaanse autodesigners uit de jaren 70. De berline heeft ondertussen dus zelfs de ontwerpers van de gloednieuwe Gamma geïnspireerd. Dat mag dan een SUV of eerder cross-over zijn geworden, nogal wat designdetails doen echt wel aan de originele Gamma van 50 jaar geleden denken.















