Test Mini John Cooper Works Cabrio: de alleseizoenscabrio met bakken karakter

Test Mini John Cooper Works Cabrio: de alleseizoenscabrio met bakken karakter

6/09/2026 - 11:59William

Dakloze auto’s zijn een uitstervend ras, maar de Mini Cabrio blijft een vaste waarde. Dat heeft wellicht alles te maken met zijn sympathieke uitstraling en zijn grote dakloze bruikbaarheid. Wij gingen op pad met de Mini Cabrio mét ballen en tonnen karakter: de snelle John Cooper Works.

De Mini John Cooper Works Cabrio is een vrij zeldzame combinatie geworden. Kleine cabriolets zijn bijna uitgestorven en compacte sportieve auto’s worden eveneens schaarser. Combineer beide eigenschappen en je komt terecht in een marktsegment waarin nauwelijks nog concurrenten overblijven. Een Mazda MX-5 vertrekt vanuit een heel andere filosofie en is meer een klassieke tweezits roadster, terwijl grotere cabriolets meteen een stuk duurder en logger worden. De Mini probeert ondertussen vier zitplaatsen, dagelijkse bruikbaarheid, prestaties en open rijden in één pakket van amper 3,88 meter lang te stoppen. Dat lukt niet op alle vlakken even overtuigend, maar saai wordt het nooit.

Nog altijd onmiskenbaar Mini

Het plezier begint bij het uiterlijk. De huidige Mini-generatie werd strakker en minimalistischer getekend, maar de Cabrio os nog altijd instant herkenbaar. Het klassieke recept blijft overeind: lachende ronde koplampen, korte overhangen, een relatief verticale voorruit en wielen die ver naar de hoeken van de carrosserie zijn geduwd. De John Cooper Works voegt daar de nodige spierballen aan toe zonder dat hij eruitziet alsof hij door een tuningcatalogus is gereden. Hij is opvallend genoeg, maar blijft ergens toch discreet.

De bumpers zijn meer uitgesproken, de wielen groter, de uitlaat prominenter, de zwarte en rode details talrijker en uiteraard zijn er de nodige JCW-logo’s. Toch blijft het geheel verrassend stijlvol. Dat is belangrijk, want een Mini Cabrio wordt minstens even vaak gekocht om zijn uitstraling als om zijn prestaties. En precies daar blijft Mini bijzonder sterk. Personalisatie is nog altijd een belangrijk onderdeel van het concept. Andere carrosseriekleuren, contrasterende spiegelkappen, striping allerhande, verschillende velgen en interieurafwerkingen laten voldoende ruimte om van twee identieke JCW Cabrio’s twee behoorlijk verschillende auto’s te maken. Wie ver(der) wil gaan kan kiezen uit een rist van uiterlijke opties zoals bijvoorbeeld de typische Mini Yours-kap met Union Jack-motief. Subtiel is anders, maar niemand koopt een Mini omdat hij graag anoniem door het leven gaat.

De verhoudingen van de Mini Cabrio zijn uitstekend. Met een lengte van 3.879 mm, een breedte van 1.744 mm en een hoogte van 1.431 mm is dit naar moderne normen echt nog een kleine auto. Dat merk je in de stad en op smalle wegen onmiddellijk. Waar zelfs compacte SUV’s tegenwoordig tegen 4,4 meter aanschurken, glipt deze Mini bijna ouderwets gemakkelijk door het verkeer en in een klein parkeervak.

Een stoffen dak dat je daadwerkelijk gebruikt

Een cabrio kan er nog zo aantrekkelijk uitzien, het belangrijkste onderdeel blijft uiteraard het dak. Daar heeft Mini alvast niet op bespaard. De elektrisch bediende stoffen kap kan in ongeveer 20 seconden volledig worden geopend of gesloten en dat kan ook rijdend aan lage snelheid. Nog interessanter is dat je het eerste gedeelte ongeveer 40 centimeter kunt terugschuiven, zodat de kap als een groot schuifdak functioneert.

Dat lijkt misschien een detail maar tijdens dagelijks gebruik blijkt het een van de leukste eigenschappen van de auto. Is het te koud om volledig open te rijden, maar schijnt de zon wel? Dan schuif je alleen het voorste deel open. Daardoor voelt de Mini Cabrio veel meer als een cabrio voor vier seizoenen dan als speelgoed dat alleen tijdens enkele zonnige weekends per jaar uit de garage mag.

Volledig open rijden doet hij trouwens opvallend goed. Met de zijruiten omhoog en zeker wanneer het windscherm gemonteerd is, blijft de turbulentie in het interieur erg beperkt. Je krijgt uiteraard wind in je haren (daarvoor koop je tenslotte een cabrio) maar geen permanente orkaan rond je hoofd. Een gesprek voeren blijft mogelijk en ook langere ritten met de kap open zijn daardoor aangenaam. Dat maakt dat je al van bij een eerste schuchtere zonnestraal geneigd bent om de kap te openen. Er is wel een keerzijde wanneer de kap volledig open is gevouwen. Het dak-pakket ligt relatief hoog boven de achterzijde waardoor het zicht naar achteren beperkt wordt. Camera’s en parkeersensoren zijn hier dus meer dan welkom.

OLED-scherm in de hoofdrol

Het interieur is misschien nog opvallender veranderd dan het koetswerk. Mini heeft sinds enige tijd de klassieke instrumentencluster voor de bestuurder grotendeels naar de geschiedenisboeken verwezen en concentreert bijna alles rond het ronde centrale OLED-scherm met een diameter van 240 mm. Dat scherm is echt een knappe blikvanger. Niet alleen omdat het beeld scherp is, maar vooral omdat Mini er iets mee doet. Animaties, verschillende Experience Modes, kleuren en grafische thema’s veranderen de sfeer in het interieur en het ronde formaat verwijst tegelijk naar de centrale snelheidsmeter van historische Mini’s.

In de JCW past het allemaal uitstekend. Schakel naar de sportievere instellingen en de graphics veranderen mee. Het interieur voelt daardoor speels zonder kinderachtig te worden. Ook de stoffen bekleding van delen van het dashboard geeft de cabine meer karakter dan de gebruikelijke vierkante meters zwart kunststof. De afwerkingskwaliteit is uitstekend en de gebruikte materialen voelen op de belangrijkste plaatsen goed aan. Nog belangrijker zijn de sportstoelen. Die verdienen een compliment want ze houden je lichaam uitstekend vast wanneer je het tempo verhoogt en zijn tegelijkertijd voldoende goed gevormd om er langere afstanden in uit te houden.

Voor de bestuurder klopt de ergonomie grotendeels. Je zit laag genoeg, de pedalen staan goed en het kleine stuur ligt heerlijk in de handen. Mini heeft gelukkig niet de fout gemaakt om het stuur groot te maken. Het voelt klein, sportief en direct aan, precies zoals het in dit soort auto hoort.

Digitaal soms iets té enthousiast

Toch heeft de digitale revolutie ook nadelen. Omdat zoveel functies via het centrale scherm worden bediend, moet je voor bepaalde instellingen behoorlijk diep in de menu’s duiken. Zaken die je vroeger met één knop regelde, vragen soms meerdere aanrakingen van het scherm. Het systeem werkt snel en ziet er prachtig uit, maar mooi is niet automatisch hetzelfde als ergonomisch perfect. Sommige functies zitten naar ons gevoel ook te ver verstopt. Zo willen we liever een fysieke knop om de afstand van de adaptieve cruise controle te regelen, in plaats van daarvoor te moeten snuisteren in de menu’s.

Ook het head-up display overtuigt niet volledig. Mini gebruikt geen projectie rechtstreeks op de voorruit, maar een afzonderlijk transparant schermpje voor de bestuurder. Dat is helder en goed afleesbaar en toont onder meer snelheid en navigatie-informatie, maar in een JCW missen we informatie die net tijdens sportief rijden relevant is. Wie bijvoorbeeld met de schakelpaddles zelf door de 7 versnellingen gaat, ziet de gekozen versnelling niet prominent in het head-up display verschijnen. Precies op het moment dat je je ogen op de weg wilt houden, moet je dus elders kijken.

De Boost-functie past dan weer perfect bij het karakter van de auto. Trek aan de linker flipper en de auto maakt zich gedurende korte tijd klaar om zijn prestaties nadrukkelijk te etaleren. Het is meer gimmick dan technische revolutie, maar wel een gimmick van het leuke soort. En dat fun-aspect is belangrijk. Mini begrijpt dat een auto niet uitsluitend uit objectieve meetwaarden hoeft te bestaan.

Vier zitplaatsen, theoretisch althans

Officieel heeft de Mini Cabrio vier zitplaatsen. En dat klopt, want er staan vier stoelen in en er zijn vier veiligheidsgordels. Daarmee hebben we het belangrijkste bewijs meteen gehad. In werkelijkheid zijn de twee achterste plaatsen nauwelijks geschikt voor volwassenen. Wanneer bestuurder en voorpassagier hun stoelen normaal instellen, blijft achteraan maar weinig beenruimte over. Alleen wanneer de mensen vooraan bereid zijn wat plaats op te offeren, kan achter hen iemand zitten. Voor kinderen lukt dat uiteraard beter en voor korte verplaatsingen kun je eventueel twee volwassenen meenemen, maar een weekend met vier vrienden naar Zuid-Frankrijk is wel heel erg ambitieus. De achterbank heeft gelukkig nog een andere functie. Voor sporttassen, jassen of boodschappen is die uitstekend. Tijdens onze test gebruikten we de achterste zitjes regelmatig als extra bagageruimte en eigenlijk past dat beter bij het karakter van deze Mini. Beschouw hem als een ruime tweezitter die in noodgevallen nog twee extra mensen kan meenemen en de teleurstelling blijft beperkt.

Dat brengt ons bij de echte koffer. Met gesloten dak bedraagt het volume 215 liter, met de kap open blijft daarvan ongeveer 160 liter over. Dat klinkt niet indrukwekkend, maar het grootste probleem is niet eens het aantal liters. De toegang tot de koffer is niet zo handig. De neerklappende kofferklep ziet er charmant uit maar de opening blijft beperkt. Een zachte reistas lukt nog wel, een paar boodschappentassen eveneens. Een grote harde koffer wordt al snel een puzzel waarbij je jezelf afvraagt waarom je niet gewoon de achterbank gebruikt. De rugleuningen achteraan kunnen gelukkig worden neergeklapt, waardoor langere spullen wel meegenomen kunnen worden. Maar wie functionaliteit boven alles plaatst, heeft waarschijnlijk al lang voor een andere auto gekozen.

Gelukkig nog gewoon een tweeliter

Onder de motorkap zit een motor die in 2026 bijna ouderwets gul aanvoelt: een 2,0-liter viercilinder turbobenzinemotor. Geen 1,2-liter driecilinder dus met elektrische ondersteuning en ook geen batterij van een halve ton, maar een klassieke viercilinder die uitsluitend de voorwielen aandrijft. Hij levert 231 pk en vooral 380 Nm koppel, beschikbaar tussen 1.500 en 4.000 t/min. Het vermogen wordt via een 7-traps Steptronic-transmissie met dubbele koppeling naar de vooras gestuurd. Een handgeschakelde versnellingsbak is helaas niet meer beschikbaar. Puristen zullen daar terecht even om treuren, want een kleine sportieve cabrio met drie pedalen had uitstekend bij het concept gepast. Persoonlijk hebben we het koppelingspedaal alvast niet gemist.

Traag is hij in ieder geval niet. Vanuit stilstand bereikt de JCW Cabrio 100 km/u in 6,4 seconden en als je voldoende lang blijft aandringen, stopt de acceleratie pas bij 245 km/u. Dat zijn misschien geen cijfers waarmee je tegenwoordig een elektrische sportsedan bang maakt, maar in een auto van minder dan vier meter lang met een stoffen dak voelt 231 pk nog altijd behoorlijk snel. Meer zelfs: hij voelt sneller dan de cijfers suggereren. De 380 Nm is vroeg beschikbaar en bij het uit-accelereren van een bocht trekt de voortrein de Mini enthousiast naar voren. Zeker met het dak open krijg je daar de soundtrack gratis bij. De viercilinder klinkt stevig en sportief, zonder te overdrijven. Er zit voldoende grom en uitlaatgeluid in om van een tunnel opnieuw een volstrekt legitieme reden te maken om een versnelling terug te schakelen.

Bij stevig accelereren op minder goed wegdek voel je uiteraard dat 380 Nm via de voorwielen moet passeren. Het stuur kan onder belasting wat nerveus worden en op nat asfalt moet de elektronica harder werken om alles netjes in de goede richting te sturen. Maar eerlijk gezegd is een beetje strijd in deze auto niet verkeerd. Een JCW die onder alle omstandigheden klinisch perfect zijn vermogen verdeelt, zou misschien sneller zijn maar vermoedelijk ook minder vermakelijk.

Niet voor comfortzoekers

De keerzijde van dat enthousiaste weggedrag is de ophanging want die is behoorlijk stevig. Op mooi asfalt past dat perfect bij de JCW. De carrosserie blijft strak onder controle, de auto helt nauwelijks over en opeenvolgende bochten worden met zichtbaar enthousiasme verteerd. Maar België bestaat helaas niet uitsluitend uit pas aangelegde biljartlakens. Op slechte straten, betonplaten en korte oneffenheden kan de ophanging hard aanvoelen. Putten worden dan niet subtiel weggefilterd maar vrij rechtstreeks aan de inzittenden gemeld. De uitstekende sportstoelen helpen om de één en ander op te vangen, maar wie dagelijks lange afstanden over slechte wegen rijdt, kan de compromisloze afstelling op termijn misschien vermoeiend vinden. Best dus even een testrit doen om zeker te zijn dat die afstelling van het onderstel bij jou past.

Voorts is deze Mini trouwens uitstekend bruikbaar als dagelijkse metgezel. De motor kan rustig zijn, de automaat schakelt soepel, de voorstoelen zitten goed, het infotainment is uitgebreid en met gesloten dak blijft het geluidscomfort behoorlijk. De harde ophanging is daardoor het onderdeel dat het vaakst verraadt dat je voor de JCW hebt gekozen, maar weet dat er ook nog softere versies beschikbaar zijn.

Hoeveel kost hij?

Goedkoop is al dit plezier uiteraard niet. Mini positioneert de John Cooper Works Cabrio nadrukkelijk als premiumproduct. Hij start aan 44.750 euro maar daar stopt de afrekening doorgaans niet. Mini zou Mini niet zijn als de configurator niet vol aantrekkelijke personalisatiemogelijkheden zat. Een andere lak, grotere velgen, extra comfort- en rijhulpsystemen, een uitgebreid pakket, een bijzondere kap: een paar welgemikte muisklikken volstaan om de uiteindelijke prijs stevig te laten oplopen. Aan de andere kant heeft zo’n Mini zijn waardevastheid al lang bewezen, dat is alvast een pluspunt.

Conclusie

De Mini John Cooper Works Cabrio is uiteraard niet perfect, maar tegenover zijn beperkingen staat een lange lijst kwaliteiten die de balans positief maken. Het design heeft een sterke aantrekkingskracht, de personalisatiemogelijkheden zijn uitgebreid, de sportstoelen zijn uitstekend en het OLED-scherm behoort tot de leukste infotainmentoplossingen van het moment. De tweeliter turbomotor is snel en klinkt goed, het kleine stuur maakt iedere bocht interessant en de Boost-functie is precies het soort volstrekt overbodige gadget waar we vrolijk van worden. En bovenal is het een bijzonder geslaagde cabrio. De kap is snel te bedienen, kan gedeeltelijk als schuifdak worden geopend en in open toestand blijft de turbulentie verrassend beperkt. Daardoor gebruik je de open functie ook daadwerkelijk en niet alleen tijdens die ene perfecte zomerdag.

Kortom, dit is geen rationele auto waaraan achteraf wat plezier werd toegevoegd. Hij is vanaf het begin rond plezier gebouwd en probeert vervolgens voldoende rationaliteit mee te smokkelen om hem dagelijks te kunnen gebruiken. En we zouden hem vooral niet te veel proberen te verbeteren. Want haal je die scherpe randjes er allemaal af, dan haal je waarschijnlijk ook een deel van de reden weg waarom hij zo leuk is.

PLUS

  • Knappe JCW uitstraling
  • Karakter en fun à volonté
  • Leuke turbomotor, snelle prestaties
  • Veel bruikbaar als cabrio
  • Goed waardebehoud

MIN

  • Niet echt comfortabel
  • Kleine koffer
  • Niet de goedkoopste

Gerelateerde berichten

Bekijk alles
Aftellen naar gloednieuwe Hyundai Tucson met (misschien) ook ruigere XRT-variant

Aftellen naar gloednieuwe Hyundai Tucson met (misschien) ook ruigere XRT-variant

21 september 2026Alain Devos
Test Jaecoo 8 SHS-P: alweer een (grote) verrassing uit het oosten

Test Jaecoo 8 SHS-P: alweer een (grote) verrassing uit het oosten

21 september 2026Alain Devos
Na nieuwe winstwaarschuwing, er kunnen bij Porsche nog eens 4.100 jobs verdwijnen

Na nieuwe winstwaarschuwing, er kunnen bij Porsche nog eens 4.100 jobs verdwijnen

21 september 2026Alain Devos