Er zijn maar weinig auto’s die je vanop honderd meter kunt herkennen aan hun silhouet. De Land Rover Defender is zo’n auto. Hij huivert nog steeds van het etiket SUV en blijft als rasechte offroader een buitenbeentje. Dat de Defender 130 zich ontdeed van zijn oncomfortabele verleden, dat wisten we al. Maar we waren benieuwd of ook de korte en meer bereikbare Defender 90 zich aanbiedt als een alledagsvriend.
De Defender 90 benadert als driedeursversie nog het dichtst de klassieke oer-Defender. Hij oogt stoerder, compacter en speelser dan de langere 110 en 130, zonder aan uitstraling in te boeten. Onze testwagen was uitgerust als Defender 90 X-Dynamic SE met de D250 zescilinder diesel van 249 pk, een contrasterend wit dak en stoere 22-inchvelgen. Een knappe combinatie die bewijst dat de huidige Defender, ondanks zijn inmiddels zes jaar oude basisontwerp, nog altijd een van de meest karaktervolle SUV’s op de markt is.

Een design dat nauwelijks veroudert
De huidige generatie Defender is intussen al ruim zes jaar op de markt, en een facelift heeft het model in al die tijd nauwelijks nodig gehad. Dat zegt veel over de kracht van het oorspronkelijke ontwerp. De ronde LED-koplampen, de haast verticale voorruit, de korte overhangen en de strakke flanken zorgen ervoor dat hij vandaag nog even fris oogt als bij zijn lancering. De Defender 90 heeft bovendien perfecte proporties. Met zijn lengte van 4,32 meter is hij bijna 44 centimeter korter dan de Defender 110, waardoor hij veel gespierder oogt. Tegelijk blijft hij bijna twee meter breed, waardoor hij nog steeds veel weg heeft van die originele robuuste terreinwagen in plaats van een opgeblazen crossover.

Een ander groot voordeel zijn de haast eindeloze personalisatiemogelijkheden. Andere velgen, verschillende dakkleuren, expedition packs, ladders, dakdragers, opbergruimtes langs de buitenzijde, beschermingsplaten, snorkels… bijna geen enkele premium-SUV laat zich zo sterk personaliseren. Daardoor kun je een Defender samenstellen die perfect aansluit bij je eigen smaak, al heeft dat uiteraard ook een prijs.
Basic en toch luxe
Ook het interieur blijft bijzonder geslaagd. Land Rover heeft een mooi evenwicht gevonden tussen robuustheid en luxe. De zichtbare magnesiumkleurige dwarsbalk over het dashboard en de schroeven in de deuren verwijzen naar de spartaanse oorsprong van de Defender, terwijl de afwerking ondertussen wel op premiumniveau zit. De bouwkwaliteit is dan ook uitstekend. Niets kraakt of rammelt en de gebruikte materialen voelen degelijk aan, ook al blijft het altijd met een kleine basic knipoog die enkel een esthetisch effect heeft.

Het nieuwe (en standaard) 11,4 inch grote Pivi Pro-infotainmentsysteem reageert snel en is intuïtief opgebouwd. Apple CarPlay en Android Auto werken draadloos en de grafische kwaliteit is prima, zonder echt uit te blinken. Je zou je wel kunnen afvragen of een groter scherm niet nodig is (zeker vergeleken met de trends in het segment), maar dat zou dan weer afbreuk doen aan het DNA van de Defender. Waar we trouwens ook blij van worden is het feit dat Land Rover niet alle fysieke knoppen heeft geschrapt. Klimaatregeling, terreininstellingen en verschillende rijfuncties blijven bereikbaar via echte toetsen, wat tijdens het rijden veel praktischer blijft dan eindeloos door menu’s bladeren. Een slimme vondst is de programmeerbare knop op het stuur waarmee je in twee handige kliks de meest storende veiligheidssignalen kunt uitschakelen. Sinds de Europese regelgeving steeds meer waarschuwingssystemen verplicht maakt, is zo’n sneltoets een zegen.
De Defender 90 blijft een driedeurs
Voorin zit je uitstekend. De zetels bieden veel steun, het overzicht rondom is uitstekend en de hoge zitpositie blijft een van de grote troeven van de Defender. De Defender 90 blijft uiteraard een driedeurs. Instappen achteraan vraagt dus behoorlijk wat gymnastiek, al schuift de rechter voorstoel voldoende ver naar voren. Dat neemt niet weg dat je deze 90 niet moet kopen als je dagelijks passagiers op de achterbank ontvangt. Ga in dat geval zeker voor de vijfdeurs 110. Eenmaal achterin blijkt de Defender wel verrassend ruim. Twee volwassenen zitten comfortabel dankzij de royale hoofdruimte en de rechte daklijn. De beenruimte blijft vanzelfsprekend beperkter dan in een Defender 110, maar voor een driedeurs is het aanbod behoorlijk. Een ander minder aangenaam gevolg van het driedeursconcept is dat de voorportieren (ongeveer 25 cm) langer zijn dan bij de Defender 110. Dat maakt dat je de veiligheidsgordel merkbaar verder achter je moet zoeken. Dat went natuurlijk, maar het vergt net iets meer beweging van je romp.

Kleine koffer, enorme laadruimte
Kijken we naar de koffer, dan toont de Defender 90 hier zijn grootste compromis. Met de achterbank rechtop bedraagt de kofferruimte slechts 297 liter. Dat is weinig voor een terreinwagen in deze prijsklasse en zelfs kleiner dan heel wat compacte hatchbacks. Twee grote koffers vullen de laadruimte al behoorlijk. Maar als je zoals verwacht weinig boodschap hebt aan die achterbank, kan ze ook (permanent?) neerklappen, en dan ontdek je een totaal andere auto. De rugleuningen verdwijnen trouwens volledig vlak in de vloer, waardoor een perfect vlakke laadruimte ontstaat van 1.563 liter. Daardoor verandert de Defender haast in een compacte bestelwagen waarin fietsen, surfmateriaal of kampeeruitrusting zonder problemen passen. Die vlakke laadvloer is een belangrijk detail want bijzonder praktisch en toont opnieuw hoe functioneel de Defender eigenlijk ontworpen werd.

Comfortabel? Geen idee.
Een van de redenen waarom we absoluut een korte Defender 90 wilden testten, zit ‘m in de comfortvraag. Want uit ervaring weten we dat een korte wielbasis doorgaans geen comfortabel compromis oplevert, en helaas hebben we ook na deze test geen antwoord op onze vraag gekregen. Onze testwagen beschikte namelijk over de optionele elektronische luchtvering, die naar verluidt ook door het merendeel van de klanten wordt aangevinkt. En dat blijkt zonder twijfel een aanrader. De luchtvering filtert namelijk oneffenheden bijzonder efficiënt weg. Slechte Belgische betonwegen, verkeersdrempels en kasseien worden verrassend zacht verwerkt, al voel je natuurlijk nog altijd dat je met een auto met korte wielbasis onderweg bent. Op de autosnelweg is het verschil miniem. Daar rijdt de Defender bijna als een grote luxeberline. Windgeluiden blijven beperkt en ook het geluid van de dieselmotor verdwijnt vrijwel volledig naar de achtergrond.

Oh ja, nog een bijkomend voordeel van de luchtvering is de instelbare hoogte. Om makkelijk in- en uit te stappen of makkelijker toegang te krijgen tot de koffer kan je de auto flink laten zakken. Dat kan zelfs via knopjes in de kofferruimte. Dat bleek tijdens onze test meer dan een gimmick en iets wat we regelmatig gebruikten.
De D250 blijft een uitstekende keuze
In tijden waarin steeds meer merken afscheid nemen van grote dieselmotoren, voelt de 3,0 liter grote zes-in-lijn Twin Turbo van Land Rover bijna nostalgisch aan. Gelukkig is dat uitsluitend positief. De D250 milde hybride levert 249 pk en 570 Nm, gekoppeld aan een 8-trapsautomaat en permanente vierwielaandrijving. Die motor past uitstekend bij het karakter van de Defender. Hij bouwt zijn vermogen bijzonder soepel op, trekt krachtig vanaf lage toerentallen en blijft opvallend stil. Zelfs bij stevig optrekken hoor je vooral een gedempte grom. De sprint naar 100 km/u verloopt in ongeveer 8 seconden, en dat voelt sneller dan het klinkt. Wat daarbij vooral opvalt is de souplesse: inhaalmanoeuvres verlopen moeiteloos en de automaat kiest vrijwel altijd de juiste versnelling. De mildehybridtechniek helpt vooral om het start-stopsysteem soepeler te maken en ondersteunt de diesel licht bij het vertrekken. Verwacht dus geen elektrische rijmodus of betekenisvolle EV-prestaties. De elektrische ondersteuning blijft beperkt tot energierecuperatie en een kleine boost bij accelereren.

En dan het verbruik: officieel belooft Land Rover een WLTP-verbruik van ongeveer 8,4 l/100 km. In de praktijk kwamen wij uit op gemiddeld ongeveer 9,5 liter per 100 kilometer. Dat is uiteraard niet zuinig, maar gezien het gewicht van ruim 2,2 ton, de permanente vierwielaandrijving, de grote 22-inchwielen en de aerodynamica blijft dat wat ons betreft nog aanvaardbaar. De autonomie bedraagt zo’n 700 km.
Rijden als een veel kleinere auto
Ondanks zijn bijna twee meter brede koets voelt de Defender 90 verrassend handelbaar aan. Dat is vooral te danken aan de veel kortere wielbasis en de beperkte lengte. In stadsverkeer merk je duidelijk dat hij makkelijker parkeert dan een Defender 110. Smalle parkeergarages blijven uiteraard een uitdaging door de forse breedte, maar manoeuvreren verloopt eenvoudiger dan je op basis van zijn uitstraling zou verwachten. De hoge zitpositie geeft veel vertrouwen en de camera’s rondom maken parkeren overzichtelijk.

Toch is het totaalplaatje niet perfect. Het stuurwiel voelt namelijk overdreven groot aan. Bij momenten heb je bijna het gevoel achter het stuur van een vrachtwagen te zitten. Dat past misschien bij het robuuste karakter van de Defender, maar een iets kleinere stuurvelg zou naar ons gevoel een extra laagje verfijning en dynamiek brengen.
Offroad blijft hij onaantastbaar
Heel wat SUV’s pakken uit met een avontuurlijk uiterlijk maar zakken door het ijs van zodra een spat modder zich aandient. De Defender is uiteraard anders. Dankzij Terrain Response, permanente vierwielaandrijving, sperdifferentiëlen, een tussenbak voor de zogenaamde ‘korte’ versnellingen en de instelbare luchtvering behoort hij nog altijd tot de absolute top buiten de verharde weg. Met die luchtvering stijgt de bodemvrijheid aanzienlijk en waaddieptes tot 900 millimeter blijven mogelijk. Steile hellingen, diepe moddersporen of rotsachtig terrein vormen nauwelijks een probleem. Voor de meeste eigenaars zal dit potentieel nooit volledig benut worden, maar het blijft indrukwekkend dat een luxueuze SUV nog altijd zulke terreinprestaties levert.

Prijs: de opties lopen snel op
De Defender is uitgegroeid tot een premiumproduct en dat zie je ook aan de prijs. De Defender 90 X-Dynamic SE D250 start in België vanaf 80.870 euro. Maar je hebt natuurlijk wel enkele opties nodig zoals de luchtvering, leder, een panodak en die heerlijke velgen. De eindafrekening van onze testwagen strandde op zo’n 100.000 euro. Da’s een smak geld, maar voor de zakelijke rijder zou de maandelijkse leasingprijs nog best kunnen meevallen in het licht van de uitstekende inruilwaarde die zo’n Defender kent. Dat neemt niet weg dat de prijzen stilaan op een onbereikbaar punt dreigen te komen.

Conclusie
De Land Rover Defender 90 bewijst dat leeftijd niet noodzakelijk een nadeel hoeft te zijn. Zijn design blijft tijdloos, zijn interieur voelt nog altijd modern aan en de premium beleving is absoluut aanwezig. De korte wielbasis maakt hem merkbaar bruikbaarder in het dagelijkse verkeer dan de Defender 110, terwijl hij niets van zijn iconische uitstraling verliest. De D250-zescilinder vormt mogelijks de ideale motorisering: krachtig, stil en perfect passend bij het karakter van de auto. Tegenover al die kwaliteiten staan een forse prijs, een erg kleine kofferruimte zolang de achterbank rechtop staat, een praktijkverbruik rond 9,5 l/100 km en enkele ergonomische details zoals het grote stuurwiel en de ver weg geplaatste veiligheidsgordel.
Maar wie vandaag een SUV zoekt die karakter heeft, echt kan terreinrijden én zich onderscheidt van de grijze massa, komt nog altijd bij de Defender uit. En misschien is dat wel zijn grootste verdienste: meer dan zes jaar na zijn introductie voelt hij nog altijd uniek.
PLUS
- Nog altijd een knappe verschijning
- Verrassend comfortabel als driedeurs
- Premium sfeer aan boord
- Soepele, krachtige en stille diesel
- Vlakke laadvloer en groot volume bij neergeklapte achterbank
MIN
- Niet goedkoop
- Redelijk, maar geen zuinig verbruik
- Stuurwiel aan de grote kant





















