De nieuwe Fiat-baas Arnaud Belloni heeft stevige kritiek op Euro NCAP, de onafhankelijke organisatie die de veiligheid van nieuwe auto’s beoordeelt. Volgens Belloni zijn de bekende sterrenbeoordelingen voor consumenten steeds moeilijker te begrijpen en dreigen ze daardoor hun geloofwaardigheid te verliezen.
In een interview met een Brits automagazine tijdens het autosalon van Parijs, trok Belloni de relevantie van de Euro NCAP-scores openlijk in twijfel. Volgens hem veranderen de beoordelingscriteria zo regelmatig dat consumenten nauwelijks nog weten wat de sterren precies betekenen. Een auto die enkele jaren geleden nog vijf sterren behaalde, zou vandaag met dezelfde veiligheidsuitrusting mogelijk niet verder komen dan twee of drie sterren. Dat betekent niet dat die auto plots minder veilig geworden is, maar wel dat Euro NCAP de lat voortdurend hoger legt. Belloni gaat zelfs nog een stap verder door te suggereren dat veel autofabrikanten de organisatie niet langer even ernstig nemen als vroeger.

Betaalbare en (extreem) veilig moeilijk te rijmen
Achter de kritiek schuilt ook een economisch argument. Fiat wil opnieuw betaalbare kleine auto’s bouwen, maar wordt daarbij geconfronteerd met steeds strengere veiligheidseisen. Vooral de toenemende aanwezigheid van elektronische rijhulpsystemen drijft de ontwikkelings- en productiekosten op. Belloni maakt daarbij een onderscheid tussen de wettelijk verplichte veiligheidsuitrusting en de bijkomende eisen die Euro NCAP stelt om een maximale score te behalen. Een auto met een beperkte sterrenbeoordeling voldoet immers nog altijd aan de wettelijke Europese veiligheidsvoorschriften, anders mag hij niet verkocht worden.

Heeft Euro NCAP zijn doel voorbijgeschoten?
De kritiek van Belloni is niet helemaal onterecht. Euro NCAP heeft zijn beoordelingscriteria door de jaren heen aanzienlijk aangescherpt. Zo kreeg de Fiat Panda in 2011 nog vier sterren, terwijl dezelfde generatie in 2018 op nul sterren bleef steken. Toch is er ook een keerzijde. Euro NCAP wil autofabrikanten net stimuleren om verder te gaan dan de wettelijke minimumvereisten. Bovendien gaat het niet alleen om elektronische rijhulpsystemen, maar ook om de bescherming van inzittenden, voetgangers en fietsers.
De discussie draait dus om een fundamentele vraag: hoe ver moeten veiligheidsvereisten gaan als ze ervoor zorgen dat kleine, betaalbare auto’s steeds duurder worden? Voor Fiat is het antwoord duidelijk: veiligheid blijft essentieel, maar de jacht op vijf sterren mag betaalbare mobiliteit niet onmogelijk maken.





