Op het voorbije autosalon van Parijs spreken we met Laurens van den Acker, de designtopman van Renault Group, over de toekomst van Renault, Alpine en Dacia. Hij erkent dat de Alpine A390 niet de commerciële start heeft genomen waarop het merk had gehoopt, legt uit waarom de nieuwe elektrische A110 een bijzondere sportwagen moet worden en ziet opnieuw kansen voor de monovolume. En hij heeft een opvallende visie over de toekomst van retrodesign.
Het autosalon van Parijs staat dit jaar opvallend sterk in het teken van conceptcars. Voor Laurens van den Acker is dat geen toeval. Volgens de Nederlandse designer bevindt de autosector zich op een kantelpunt. We spreken hem over de modellen die Renault Group vandaag toont, maar ook over de uitdagingen die de verschillende merken te wachten staan. Daarbij gaat hij moeilijke vragen niet uit de weg. Waarom verkoopt de Alpine A390 minder goed dan gehoopt? Hoelang kan Renault blijven teruggrijpen naar zijn verleden? En kan Dacia zijn reputatie als betaalbaar automerk behouden?
Wat mij opvalt op dit autosalon van Parijs, is het grote aantal conceptcars. Niet alleen bij Renault, maar ook bij andere merken. Welke boodschap moeten we daaruit afleiden?
“Ik denk dat de industrie zichzelf momenteel opnieuw aan het uitvinden is. We hebben heel lang gesproken over elektrische auto’s en connectiviteit, maar nu zitten we echt op een kantelpunt. Het is tijd voor nieuwe ideeën omdat we in een transformatieperiode zitten. Wanneer je voelt dat er een verandering gaande is, dan is dat vaak een mooi moment om conceptcars te maken. Niemand weet immers precies waar het naartoe gaat.”

Een conceptcar is vaak een voorbode van een toekomstig productiemodel. Als we naar Alpine kijken, is dat niet noodzakelijk het geval. Waarom hebben jullie ervoor gekozen om iets compleet anders te tonen?
“Alpine is natuurlijk nog een heel jong merk. Ik bedoel, het merk bestaat al heel lang, maar in zijn huidige vorm is het nog jong. We moeten nog altijd aan onze naamsbekendheid werken. In Frankrijk weet iedereen wel wat een Alpine is. In het Verenigd Koninkrijk gaat het ondertussen ook wat beter, net als in Duitsland, maar we hebben nog heel veel werk om het merk bekender te maken. Alpine heeft dus aandacht nodig en een conceptcar helpt om die aandacht te krijgen, maar ook om het verleden en de geschiedenis van het merk te vertellen. Dat is echt een troefkaart van Alpine.”
Wat is het verhaal dat de A310 wil vertellen?
“Met de A310 Vision brengen we de geschiedenis opnieuw tot leven. Het is een soort viering.”
Maar zijn er dan geen plannen om bepaalde designelementen van die conceptcar over te nemen?
“Wat Philippe Krief, de CEO van Alpine, heeft gezegd, is dat we een nieuw platform ontwikkelen voor Alpine. Dat wordt een platform voor elektrische supersportwagens en daarop zijn heel veel dingen mogelijk. Hij sluit niets uit, maar geeft ook geen duidelijke bevestiging dat zoiets in productie komt. We moeten eerst de nieuwe A110 lanceren.”
Over die nieuwe A110 gesproken: op de persconferentie werd gezegd dat hij eind volgend jaar komt. Dat is niet meer zo ver weg. Waarom tonen jullie vandaag dan alleen een silhouet?
“We willen niet te veel te vroeg laten zien. Kijk, sportwagens zijn vooral een emotionele aankoop. Het zijn auto’s waarbij je, als je ze ziet, meteen het gevoel moet krijgen dat je ze wilt hebben. Dat is anders dan wanneer je drie of zeven jaar met een auto rijdt en vervolgens gewoon de volgende generatie koopt. Een sportwagen koop je vanuit emotie. Daarom moet je ervoor zorgen dat wanneer je hem echt toont, hij ook beschikbaar is. Die timing is belangrijk.”
Ik blijf nog even bij Alpine, met een wat stoutmoedige vraag. De A390 is een heel mooi product, maar commercieel is het geen groot succes. Wat doet dat met jou als designer?
“Dat is precies waar we het net over hadden. Alpine heeft naamsbekendheid nodig. Het merk moet bekender worden. Het is nog niet zo dat iemand die in de markt is voor een concurrent van de A390 automatisch ook aan Alpine denkt. Je moet dus opletten dat je niet te vroeg oordeelt. Het is misschien niet de start die we hadden gewenst, maar we hebben nog een lange weg te gaan. Kijk maar naar andere merken die zich in de markt proberen te vestigen. Het duurt vaak meerdere jaren voordat ze werkelijk doorbreken. Aan de andere kant is de A290 een veel groter succes dan we ooit hadden gehoopt. We hadden het eigenlijk andersom gedacht. Maar de klant heeft altijd gelijk.”

Gaan jullie bij een model dat minder goed verkoopt dan verwacht dan niet nadenken of bepaalde designkeuzes misschien verkeerd waren? Ik veronderstel dat jullie vooraf heel wat marktstudies krijgen?
“Ja, precies. Dat doen we natuurlijk allemaal. Maar met Alpine hebben we geen geschiedenis in dit soort auto’s. We kiezen een doelgroep, we bekijken de concurrentie en we organiseren marktonderzoeken. En die onderzoeken moeten we winnen. Anders mogen we de auto niet produceren. Als we zo’n onderzoek doen, weten we dus dat we goed genoeg zijn en waar onze sterke punten liggen. Maar dat vertaalt zich niet altijd rechtstreeks in verkoopcijfers. Om een auto te verkopen, is meer nodig dan alleen een mooi design. Je hebt ook een netwerk nodig, marketing, investeringen enzovoort. En we doen dit niet voor het eerst. Renault bestaat al ongeveer 130 jaar. Je moet een auto ook niet na twee maanden afrekenen.”
Om Alpine af te ronden: waarmee zal de nieuwe A110 ons verrassen?
“Met het feit dat het een volledig elektrische sportwagen wordt en dat hij fantastisch zal rijden. Als ik een beetje cynisch mag zijn: de enige succesvolle elektrische supersportwagen op dit moment is de Renault 5 Turbo. Dat is de enige auto waar iedereen het over eens is dat hij geslaagd is. Het is de enige waarbij mensen niet zeggen: als hij niet elektrisch was, zou ik hem wel kopen. We weten dat heel veel premiummerken worstelen met het maken van elektrische sportwagens. Ik denk dat de nieuwe A110 de eerste wordt die mensen echt zal verleiden.”
“Ik heb altijd een voorliefde gehad voor monovolumes”
Laten we het over Renault hebben. We hebben elkaar eerder gesproken bij de lancering van de Twingo. Toen vroeg ik waarom jullie de Espace niet opnieuw als monovolume zouden uitbrengen. Je moest toen lachen. En nu staat hier een Espace-conceptcar.
“Voor mij zijn dat een beetje de twee uitersten van het merk. Je hebt de Twingo onderaan en de Espace bovenaan. Na al die kleinere iconische modellen vond ik het tijd om ook het grotere model te laten zien. Dat kwam mooi samen met de komst van Alejandro Mesonero-Romanos, de nieuwe Head of Design van Renault. Ik heb altijd een voorliefde gehad voor monovolumes. We hebben er in het verleden veel aan gedaan om ze te laten slagen. Denk maar aan de vorige Scénic met zijn 20-duimswielen. Ik dacht toen dat we de monovolume opnieuw sexy konden maken. Maar ik moet toegeven dat de SUV-markt op dat moment gewoon te sterk was. Nu vraag ik me af of dat opnieuw kan veranderen. Auto’s worden steeds meer elektrisch en autonoom rijden komt dichterbij. Je zult kunnen kiezen of je zelf rijdt of niet. Met een elektrische auto kun je bijzonder comfortabel en stil rijden. Dat soort eigenschappen past heel goed bij het idee van de voiture à vivre, bij het leven aan boord en bij Renault. Misschien ontstaat daardoor opnieuw een omgeving waarin een monovolume kan bloeien. Ik heb dus stiekem de hoop dat er toch weer leven zit in dat concept.”

Is er over de productie van deze nieuwe Espace al iets officieel beslist?
“Nee. Op dit moment is het een concept. We steken als het ware onze teen in het water om te voelen hoe de temperatuur is. We willen kijken hoe de reacties zijn. Dus als je hem mooi vindt, schrijf dat vooral op; dan zal ik ervoor zorgen dat onze productplanners het lezen.”
“Er zijn veel elektrische auto’s die je kunt respecteren, maar weinig waarop je verliefd wordt”
Wat ook opvalt, is dat retrodesign stilaan een belangrijk onderdeel van het Renault-DNA wordt. Is dat iets wat ooit zal stoppen?
“Ik denk wel dat we het moeten doseren. We hebben er de voorbije jaren heel sterk op ingezet en, om eerlijk te zijn, heeft dat bijzonder goed gewerkt. Ik denk dat de Renault 5 het beste voorbeeld is van een succesvolle elektrische auto, vooral dankzij de emotionele impact van dat model. Het ironische is dat we vijf of zes jaar geleden al gesprekken voerden over iconisch design. We vroegen ons af: als straks iedereen elektrische auto’s heeft en de technologie voor iedereen ongeveer hetzelfde is, wat maakt dan nog het verschil? Daarom hebben we zo sterk ingezet op de Renault 5 en de Renault 4. Het management geloofde daar destijds ook in. Het gaf ons de mogelijkheid om elektrische auto’s emotioneel te maken. Veel mensen dachten dat de elektrische auto een banaal product zou worden, een soort gebruiksvoorwerp. Ik heb vaak gezegd dat er heel veel elektrische auto’s zijn die je kunt respecteren, maar dat er nog maar weinig zijn waarop je verliefd wordt. Maar op een Renault 5, een Renault 4 of een Twingo kun je wel verliefd worden. Dat is onze meerwaarde.”
Is dat ook een manier om jullie te onderscheiden van de concurrentie uit Azië?
“Ja, absoluut. Het onderscheidt ons van de concurrentie, met name uit Azië. We kunnen dingen doen die niemand anders kan doen. We hebben bij de Chinese concurrentie gezien dat wanneer iemand iets goed doet, ze er heel snel een kopie van maken. En vaak voor de helft van de prijs. Onze geschiedenis en ons design maken ons uniek. Het is een kaart die wij kunnen spelen en die niet iedereen kan spelen.”

“Luca de Meo was een bouwer en een dromer”
De Renault 5 is er gekomen onder impuls van Luca de Meo, die duidelijk een voorliefde had voor aantrekkelijke en gedurfde designs. De nieuwe CEO, François Provost, heeft een wat zakelijker imago. Hoe is het voor jou om met hem samen te werken?
“François is mijn zesde CEO, maar uiteindelijk is wat ons allemaal bindt de passie voor auto’s. Ik denk dat François de juiste persoon op het juiste moment is, omdat de tijden nu anders zijn. Luca was een bouwer en ook een dromer. Hij heeft het bedrijf opnieuw op de rails gezet. Maar in de huidige context, die heel volatiel is en waarin je goed op de centen moet letten, denk ik dat François alles heeft om te slagen. En hij bewijst dat nu ook. We doen het beter dan sommige van onze concurrenten en ook beter dan sommige analisten verwachten. Maar de bedoeling van François is om die lijn door te zetten. Weet je, we mogen geen one-hit wonder zijn. We moeten een systeem opbouwen waarmee we voortdurend successen kunnen boeken.”
“De Dacia’s hebben er nog nooit zo goed uitgezien”
Even naar Dacia. De Sandero begint op leeftijd te komen. Hoe moeilijk is het om voor zo’n populaire en betaalbare auto een opvolger te ontwerpen?
“Dacia heeft heel lang het voordeel gehad dat alles wat we deden beter was dan ooit tevoren. Maar nu is de Sandero al enkele jaren de bestverkochte auto van Europa, of staat hij toch in de top twee of drie. Dat legt natuurlijk een ander gewicht op je schouders. Maar als ik vandaag naar het Dacia-gamma kijk, ben ik vanuit designperspectief bijzonder tevreden want de Dacia’s hebben er nog nooit zo goed uitgezien. Als ik de Striker zie, dan zie ik mezelf daar graag in rondrijden. En ook als ik de Spring zie, ben ik tevreden. Je ziet hoe goed we de verschillende merken vanuit design strategisch van elkaar kunnen onderscheiden. Ik weet ook dat design voor klanten steeds belangrijker wordt en steeds vaker een reden is om voor Dacia te kiezen.”
Is het vanuit designstandpunt ook een opdracht om Dacia zo mooi en aantrekkelijk te maken dat jullie er meer geld voor kunnen vragen?
“De realiteit is dat het prijsvoordeel dat we vroeger hadden door oudere platformen of bewezen technologie te gebruiken, langzaam maar zeker kleiner wordt. Nieuwe regelgeving verplicht ons om te vernieuwen, terwijl onze klanten daar niet altijd behoefte aan hebben. We moeten bijvoorbeeld steeds meer veiligheidstechnologie toevoegen. Dat gebeurt uiteraard om goede redenen, maar het zijn zaken waar onze klanten niet noodzakelijk zelf om vragen. Daardoor is de kostprijs langzaam maar zeker gestegen. Je kunt dus niet meer simpelweg zeggen dat een Dacia basic is en we hebben ook grote sprongen gemaakt op designvlak.”
Wordt de nieuwe Sandero dan even verrassend als de huidige generatie?
“Daar kan ik niet veel over verklappen. Dacia is ondertussen een merk met een heel sterk imago. De nieuwe Sandero zal in de lijn liggen van de rest van het gamma.”

En dan is er nog de Dacia Hipster. Wordt dat de grote vernieuwer voor het merk?
“Ja, en daar zit echt een kans in. Ik denk dat het een heel interessant product wordt voor Dacia. Het biedt ons namelijk de mogelijkheid om opnieuw op een prijsniveau te komen dat mensen van ons verwachten.”
“We moeten af en toe nog auto’s maken die op een slaapkamerposter belanden”
Nog één laatste vraag met een terugblik op de vele conceptcars. Wat doe je zelf het liefst als designer? Een conceptcar ontwerpen waaruit later een productiemodel voortkomt, of een conceptcar maken van een productiemodel dat eigenlijk al vastligt?
“Het mooiste is natuurlijk dat je met een concept begint en dat die auto uiteindelijk ook echt gemaakt wordt. Dat is de droom die we hebben kunnen realiseren met de Renault 5, de Renault 4 en de Twingo. Maar ik vind ook iets anders belangrijk, en dat is heel persoonlijk. Weet je, ik ben ooit autodesigner geworden omdat ik als kind posters aan mijn muur had hangen. Auto’s van Pininfarina en Bertone, de Lancia Stratos, Ferrari’s… Ik wil af en toe ook weer een auto maken die als poster op de slaapkamer van een jongen of meisje belandt. Een auto waardoor iemand denkt: ik wil later autodesigner worden. Ik vind dat ook een soort verplichting die we hebben. We moeten af en toe droomauto’s maken. Het hoeft dus niet altijd een productiemodel te worden. Maar als je dan een Renault 5 of een Twingo door de stad ziet rijden, dan word ik daar toch echt gelukkig van.”





