Waar is de tijd dat je met een budget van zelfs nog geen 15.000 euro keuze had uit een heleboel nieuwe stadswagens? Alles wordt duurder, ook auto’s dus. Wij doken nog eens in de prijslijsten, op zoek naar de vijf goedkoopste of dus toch minst dure modellen van het moment.
De reden is even simpel als – toch vanuit de kant van de industrie – begrijpelijk. De ontwikkeling van een compacte auto kost verhoudingsgewijs niet echt zoveel minder dan die van een grote, zeker niet nu de Europese overheid zelfs voor stadswagens tal van veiligheids- en aanverwante voorzieningen verplicht heeft gemaakt. Nogal wat constructeurs oordeelden dan ook al dat het de moeite niet meer loont om nog te investeren in lilliputters op vier wielen die ze met een onvermijdelijk scherp te houden prijs nauwelijks of zelfs helemaal niet meer rendabel krijgen. Ook al, zo moeten we er toch meteen aan toevoegen, omdat het potentiële klantenbestand op de meeste markten wel degelijk wat kleiner is geworden. Als automobilisten zelfs een Ford Fiesta niet meer echt lijken te lusten, verdwijnen die bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd dus zonder opvolger uit de catalogus.

Hogere kosten
De introductie voor zelfs kleine(re) auto’s van toch iets complexere mild-hybride technologie, de gestegen prijs van grondstoffen, de hogere transportkosten, de inflatie en nog wel wat andere factoren maken evengoed dat nieuwe wagens duurder zijn geworden. En toen de (gelukkig) al bijna vergeten crisis in de chipindustrie er ook nog eens voor zorgde dat de vraag naar auto’s een tijdje groter was dan het aanbod of toch de mogelijkheid om ze te bouwen en te leveren, hoefden constructeurs en invoerders plots ook niet meer met grote kortingen te zwaaien om nog handtekeningen op hun bestelbonnen te krijgen.
Altijd interessante promoties
In een wereld met sinds ook kort ook een pak nieuwe (Chinese) concurrenten zijn de autobouwers natuurlijk wel terug dankbaar voor elke extra klant, al zien ze die bij voorkeur wel met een groot budget hun toonzalen binnenwandelen. Waar kan je nog terecht als je dat niet hebt of toch niet aan een auto wenst uit te geven? Zonder rekening te houden met al dan niet tijdelijke kortingen of welke promoties dan ook, hebben we hieronder de vijf goedkoopste auto’s uit de catalogi van de zomer van 2026 verzameld. In afwachting misschien dat de in Japan al vele jaren heel populaire kei-cars eindelijk ook een Europees verhaal worden, Suzuki zou daar met de e-Sky binnenkort wel eens het startschot voor kunnen geven.

1. Dacia Sandero, vanaf 14.390 euro
De met een kleine voorsprong nog altijd goedkoopste auto in België blijft de Dacia Sandero. Dat het bij particulieren ook de best verkochte is, geeft toch wel aan dat de markt nog altijd om dat soort (heel) budgetvriendelijke vierwielers vraagt. Voor 14.390 euro mag je de TCe Essential mee naar huis nemen, die heeft een motortje van toch al 101 pk, een manuele zesbak en een wel nog heel sobere uitrusting. Leg een beetje bij en je krijgt wat extra snufjes, eventueel nog wat meer vermogen en met de Stepway-varianten ook wat hippere looks mee. Interessant blijven nog steeds de Eco-G gedoopte modellen met een 120 pk sterke motor die ook op LPG kan draaien, dat verhaal start bij 15.590 euro.

2. Fiat Pandina, vanaf 14.690 euro
In Italië is de ondertussen in Pandina herdoopte Fiat Panda nog altijd een groot commercieel succes, in België lijken we hem zowat te zijn vergeten. Nochtans is hij met een toch tijdens de zomermaanden aangeboden vanafprijs van 14.690 euro nauwelijks duurder dan de dan wel modernere Dacia Sandero. De basis-Pandina is er alleen met een zogeheten mild-hybride aandrijving van amper 70 pk en de uitrusting van de Pop-versie is natuurlijk heel sober. Voor wat extra centen zijn er ook een Icon en Cross met een beetje meer luxe en leukere looks. Beide varianten hebben een mild-hybride aandrijving van 70 pk. Verwar de Pandina niet met de Grande Panda, dat is een grotere en ook veel modernere auto met desgewenst een elektrische aandrijving. Met een klassieke benzinemotor is die er echter ook al vanaf 17.490 euro.

3. Livan X3 Pro, vanaf 15.995 euro
De voornaam mag dan goed bekend zijn, het gaat hier helaas (met een grote knipoog) niet om de middelgrote SUV uit de BMW-catalogus. Wel om een met een lengte van een goede vier meter heel compacte cross-over van het je wellicht nog helemaal niet bekende Livan. Dat maakt deel uit van de Chinese autogroep Geely en mag dus als een zustermerk van zelfs Volvo, Polestar en Lotus worden gezien. Het wordt in België verdeeld door China-specialist OneAutomotive, dat het voluit X3 Pro gedoopte autootje hier voor 15.995 euro aanbiedt. Voor dat bedrag krijg je een 103 pk sterke benzinemotor en een manuele vijfbak mee. Echt moderne mechaniek is dat niet en ook de uitrusting is onvermijdelijk nogal sober, maar de invoerder biedt er wel 5 jaar (of 100.000 kilometer) garantie op. Een CVT-automaat en LPG kunnen ook, daar betaal je dan natuurlijk wel wat meer voor. Maar als het om wat voor reden dan ook geen Dacia ‘mag’ zijn…

4. Citroën C3, vanaf 16.580 euro
Bij Citroën is de in 2024 gelanceerde en al vierde generatie van de C3 toch ook wel een beetje het Stellantis-alternatief voor Dacia geworden. Voor 16.580 euro heb je al een You-basismodel met een 1,2 liter grote motor van 100 pk en een manuele zesbak. Als je wat meer comfort en zelfs luxe wil, zijn er voor dan telkens enkele duizenden euro meer ook nog varianten met de toepasselijke extra voornamen Plus, Collection en Max. Een mild-hybride C3 met dan ook een automatische transmissie kan ook, maar die is is dan wel nog wat duurder. Qua afmetingen en (zit- en koffer)ruimte zijn de C3 en Dacia zowat vergelijkbaar, maar de Citroën is een wat jongere en dus ook wel iets modernere auto. Je kan hem ook met een volledig elektrische aandrijving krijgen, met een vanafprijs van momenteel 19.990 euro.

5. Dacia Spring, vanaf 16.990 euro
Voor de goedkoopste elektrische auto op de Belgische markt moet je toch weer bij Dacia zijn, voor 16.990 euro vind je daar een Spring Essential met een elektromotortje van 71 pk en een batterij van 24,3 kWh. Met in de praktijk slechts een goede 200 kilometer als rijbereik en ook allesbehalve snel (snel)laden, blijft de Spring natuurlijk vooral een auto voor in en eventueel ook rond de stad. Het grote elektrische Dacia-nieuws is echter dat er een compleet nieuw en veel moderner model op komst is. Het wordt een soort budgetversie van de eerder dit jaar gelanceerde en bijzonder geslaagde elektrische Twingo van moederhuis Renault. Met een vast en zeker ook weer heel scherpe prijs blijft dat dan allicht nog altijd de goedkoopste EV op de markt, ze zullen bij Dacia wel hun best doen om hem nog net iets scherper te prijzen dan de in Europa door concurrent Stellantis verdeelde Leapmotor T03 (vanaf 18.900 euro).




