donderdag, 13 februari 2020

Verschraling van het modellenaanbod is onomkeerbaar

Geschreven door  Stijn Blanckaert
Verschraling van het modellenaanbod is onomkeerbaar © Patrick Theunissen
Onder druk van de steeds strengere CO2-regels en de verplichte investeringen in elektrische mobiliteit zien de automerken geen andere keus dan het snoeien in hun productportfolio. Dat wil enerzijds zeggen dat de verscheidenheid van het aanbod daalt, maar niet dat er voor de klant fundamenteel minder keuze zal zijn…


Tot voor kort had de koper van een nieuwe auto erg veel keuze, zelfs binnen hetzelfde merk en dezelfde wagenklasse. Zo kon hij kiezen voor een vierdeurs sedan, vijf- of driedeurs hatchback, een stationwagon, een eenvolumer of een SUV. Daarnaast stonden ook coupés en cabrio’s in de catalogus, naast crossovermodellen. Dat kon vrij makkelijk, omdat de merken in de voorbije jaren allemaal zijn gaan werken met platformarchitecturen waar alle modellen binnen een bepaald segment op gebouwd worden, wat hen toeliet om haar aanbod sterk uit te breiden en alle niches te vullen.

Zo is er het EMP2-platform bij PSA, waar de Citroën C4 Spacetourer, C5 Aircross, Jumpy en Berlingo op staan, maar ook de DS 7 Crossback, de Peugeots 308, 508, 3008, 5008, Expert en Rifter/Partner. Door de overname van Opel staat bijvoorbeeld ook de Grandland X al op dat platform.

Bij Volkswagen gaat het dan om het MQB-platform. Dat staat voor Modularer Querbaukasten, dat de basis vormt voor onder meer de Audi’s A1, A3, TT, Q2 en Q3, de Seat Ibiza, Leon, Arona, Ateca en Tarraco en de Skoda’s Karoq, Kamiq, Octavia, Scala en Superb, maar natuurlijk ook de Volkswagen Golf, Passat, Polo, T-Cross, T-Roc, Touran en Tiguan. 

Daardoor kunnen de merken dus talloze modelvarianten bouwen die gebruik maken van dezelfde basisarchitectuur en -motoren, waardoor ze hun modellenaanbod in no time konden uitbreiden van enkele naar meerdere tientallen varianten. Kijk maar naar het BMW- of Mercedes-aanbod, dat zo’n tien jaar geleden vrij beperkt was en waarvoor je vandaag al een showroom nodig hebt met plaats voor dertig auto’s, wil je het hele gamma deftig uitstallen.

Vandaag is de klant echter voornamelijk geïnteresseerd in SUV’s, en worden driedeurs hatchbacks, coupés, cabriolets, eenvolumers maar ook klassieke sedans veel minder verkocht. Daardoor staan veel van die modellen stof te vergaren in de showrooms, en vragen de merken zich af of het bewaren van die diversiteit nog rendabel is.

Als je kijkt naar het gamma van bijvoorbeeld Mercedes, Audi, VW of BMW kan je je inderdaad de vraag stellen waar het ophoudt. Zelfs voor autokenners wordt het moeilijk om door het bos aan modellen de bomen nog te zien. Al die auto’s moeten echter wel ontwikkeld, gefabriceerd, verdeeld en gefinancierd worden, wat hopen geld kost, zelfs wanneer ze gebruik maken van hetzelfde platform, en tegelijk worden de autoconstructeurs -manu militari- door de CO2-reglementering gedwongen om zwaar (erg zwaar) te investeren in elektrificatie.

Voor elektrische auto’s kan je bovendien niet werken met datzelfde platform, dat gebouwd is voor verbrandingsmotoren. Dus moeten alle constructeurs enorm veel middelen inzetten voor het ontwikkelen van nieuwe platformen voor elektrische auto’s. Geld dat ze dan niet meer kunnen gebruiken voor klassieke modellen. Maar op elektrische auto’s verdienen ze (vandaag) amper iets of zelfs helemaal niets, omdat ze er (nog) niet voldoende van verkopen, terwijl de ontwikkelingskosten torenhoog zijn. Moeilijk…

Logischerwijs is één plus één twee, en kan een euro maar één keer uitgegeven worden. Ook al zouden de meesten liever verder werken op hun bestaande platformen met (doorontwikkelde) verbrandingsmotoren en beproefde technologie, toch kunnen ze zich dat eenvoudigweg niet permitteren. Financieel en wettelijk, omdat ze zonder elektrificatie niet aan de CO2-emissienormen zullen voldoen. 

Heel wat merken moeten vandaag serieus besparen, zo kondigde Mercedes onlangs aan 10.000 arbeidsplaatsen te schrappen, en doet het gerucht de ronde dat dat er zelfs 15.000 zouden zijn. Ook andere merken zien het somber in, en moeten besparen op personeel en productiecapaciteit, om hun toekomst te verzekeren en zich voor te bereiden op mogelijk gigantische boetes die door de Europese Commissie zullen worden opgelegd als ze het gemiddelde van 95g CO2 uitstoot per verkochte auto voor 2020 en 2021 niet halen.

Zo schrapten heel wat merken al een hele reeks modellen uit hun Europese gamma omwille van de uitstootobjectieven of uit rationaliseringsoverwegingen. Denk maar aan de Suzuki Jimny of de SsangYong Rexton, de driedeursuitvoering van de VW Golf of de Mercedes CLS Shooting Brake, en zullen bepaalde segmenten van de automarkt uitsterven. De volgende Mercedes S-Klasse zal geen cabrio- of coupéversie meer krijgen, de Audi TT zal na deze generatie niet meer verderleven en ook de VW Golf Cabriolet en Golf Sportsvan worden niet verdergezet. Daarnaast is de kans ook klein dat we nog veel keuze zullen hebben in het zogenaamde A-segment van de kleine stadswagens, waar de Renault Twingo, Peugeot 108, Citroën C1 of Toyota Aygo vandaag mogelijk of waarschijnlijk aan hun laatste generatie toe zijn, en enkel nog zullen voortbestaan als elektrisch modelletje. Denk zo maar aan de hele Smart-familie, de Skoda Citigo, de Seat Mii of de VW Up, die vandaag enkel nog als volelektrische auto in het aanbod staan.

Het is dus duidelijk dat diversiteit waar weinig vraag naar is, niet langer betaalbaar zal zijn. In veel gevallen zijn de hoge uitgaven voor modelonderhoud en follow-up ontwikkelingen niet meer te verantwoorden. De dunne winstmarges zullen de weelderige productportfolio’s dan ook met zekerheid doen krimpen. Dat is jammer voor autoliefhebbers en voor de verscheidenheid op onze wegen, maar een bittere noodzaak als we ook in de toekomst nog de keuze willen houden tussen verschillende merken en modellen.

Dit wil echter niet zeggen dat we geen keuze meer zullen hebben, want zelfs binnen één merk zal er nog steeds een (weliswaar wat beperkter) gamma varianten beschikbaar zijn.

Die zullen echter technisch zo goed als helemaal identiek zijn, met dezelfde (elektro-)motoren, batterijpack, basisopbouw en rij-eigenschappen, maar met een andere carrosserie en een licht verschillend interieur. Er zal dus nog wel diversiteit zijn, maar die zal niet langer fundamenteel zijn, maar gewoon een andere opsmuk.

Het aantal fundamenteel verschillende modellen zal dus afnemen, toch zal -binnen eenzelfde technische basis- wel nog altijd gekozen kunnen worden tussen enkele varianten, waarbij “meer design en uitstraling” ook een hogere prijs zal betekenen, wat dus meer marge genereert voor de constructeur en hem de mogelijkheid geeft om verder te blijven investeren in nieuwe ontwikkelingen.

Contact

YesYes BV
Veenstraat 10
B-3630 Maasmechelen

BTW: BE 0883 567 853

© Copyright autonieuws.be 2018 - Disclaimer & Privacy