zaterdag, 07 mei 2022

Wordt autorijden onbetaalbaar door de stijgende prijzen? Niet per se.

Geschreven door  Dieter Quartier
Wordt autorijden onbetaalbaar door de stijgende prijzen? Niet per se. © Groupe Renault
Op 3 mei publiceerde De Standaard een artikel waarin beweerd werd dat constructeurs hun kleine auto’s schrappen omdat ze meer geld verdienen aan grotere modellen. ‘Voor tienduizend euro vind je niets meer en autorijden wordt het voorrecht van de happy few.’ Die bewering verdient enige nuance.   


De schrijver van het artikel ging te rade bij autosupermarkt Cardoen, waar de goedkoopste auto – een Renault Clio – € 15.999 in het laatje moet brengen. Volgens de ceo van het bedrijf stoppen de automerken met hun goedkope modellen ten voordele van de veel duurdere elektrische wagens. 

Daarnaast kunnen ze de vraag niet bijbenen door onder meer het onderdelentekort. Resultaat: de schaarse onderdelen die er zijn, worden in duurdere auto’s gemonteerd in plaats van de instapmodelletjes, waar de merken amper iets aan verdienen, aldus de Cardoen-baas.

KARLSCHUYBROEKSTANDAARDDat zette Karl Schuybroek, Communications Director Belux bij Renault Group, aan om te reageren.Het ‘schrappen’ van goedkopere en dus vaak kleinere modellen is niet altijd om redenen van puur winstbejag, en zeker niet bij volumemerken zoals de onze (Renault, Dacia) die een lange traditie hebben in het segment van de kleine en compacte stadswagens”, vertelt hij aan Autonieuws.

“Je mag niet vergeten dat de regelgeving op het vlak van veiligheid en uitstoot zo streng geworden is, dat het vandaag in vele gevallen niet meer mogelijk is om hoogtechnologische uitrustingen in kleine wagens aan te brengen en ze vervolgens aan een aanvaardbare prijs aan de klant aan te bieden”. 

Daarnaast wijst hij erop dat er desondanks wél nieuwe auto’s verkrijgbaar zijn onder de € 10.000 en dat zonder korting. De Dacia Sandero wordt aangeboden aan € 9.990. “De Sandero was in 2021 trouwens de best verkochte auto aan particulieren in Europa en in België”, besluit hij.

Stijgende autoprijzen, nieuw én tweedehands

Het valt niet te ontkennen dat de constructeurs de voorbije jaren hun prijzen hebben opgetrokken. Dat kunnen ze zich permitteren, omdat ze er toch geen massa’s van kunnen bouwen door de huidige strubbelingen in de aanvoerketen. Wie een auto wil, zal er toch voor betalen, punt. De winstmarges van de merken waren de voorbije kwartalen dan ook nooit zo hoog.

"We betalen dus meer voor dezelfde auto dan twee jaar geleden. Dat is één kant van het verhaal. De andere is dat de restwaardes van de auto’s ook flink gestegen zijn sinds het najaar van 2020. Op de tweedehandsmarkt heerst er immers evenzeer schaarste. Autoscout24 noteerde de afgelopen achttien maanden een stijging van gemiddeld 23 procent in de verkoopprijzen. 

Wie zijn huidige auto verkoopt, krijgt er meer geld voor terug dan in “normale” tijden. Het is dus de bluts met de buil: je betaalt misschien wel meer voor een nieuwe auto, maar compenseert de opleg (tenminste deels) met de hogere verkoopprijs van je occasie.

Bovendien lijkt het niet onlogisch dat je voor de nieuwe auto die je vandaag koopt, over enkele jaren eveneens meer geld zal terugkrijgen dan gebruikelijk. Er worden vandaag immers veel minder nieuwe auto’s op de weg gezet dan enkele jaren geleden. Over enkele jaren zal zich dat vertalen in een relatieve schaarste op de tweedehandsmarkt, wat bevorderlijk zou moeten zijn voor de verkoopwaarde.

Waarom nog kopen?

De auteur van het artikel in De Standaard beweert dat autorijden voor een deel van de bevolking onbetaalbaar wordt door de stijgende prijzen. Niet iedereen kan immers zomaar € 15.000 à € 20.000 op tafel leggen voor een doorsnee compacte gezinsauto. 

Maar dat hoeft ook niet. Er is immers een manier om zulke hoge investeringen te vermijden en toch met een comfortabele, veilige en milieuvriendelijke auto te rijden: private lease. Je koopt de auto niet, maar betaalt enkel voor het gebruik ervan. Je krijgt een vast maandbedrag gefactureerd, waarin alles is inbegrepen, van onderhoud en banden tot verkeersbelasting en omniumverzekering. Alleen de brandstof is voor je eigen rekening.

"Of zo’n private lease uiteindelijk niet duurder uitkomt dan de auto zelf kopen of financieren? Volgens Test-Aankoop is dat niet het geval, tenzij je je auto langere tijd houdt. Doe je dat, dan nemen echter ook de risico’s op dure herstellingen toe, zodat je uiteindelijk misschien toch nog meer betaalt.

Een stadsauto die nieuw € 15.000 à € 17.500 kost, kun je in private lease huren voor maandbedragen die variëren tussen € 200 en € 225. Voor € 250 à € 300 per maand heb je al een kleine cross-over genre Kia Stonic. Wie meer ruimte nodig heeft, kan een Dacia Jogger of Renault Kangoo leasen voor tarieven tussen € 350 en €400.

Leasebedrijven kunnen deze betrekkelijk lage tarieven aanbieden omdat ze de auto’s in grote aantallen aankopen. Ze krijgen (veel) meer korting dan een individuele klant bij de dealer. Ook kunnen ze veelal betere tarieven voor de verzekering aanbieden dan degene die je bij je eigen makelaar krijgt of online vindt.

Contact

YesYes BV
Veenstraat 10
B-3630 Maasmechelen

BTW: BE 0883 567 853

© Copyright autonieuws.be 2018 - Disclaimer & Privacy