vrijdag, 06 maart 2015

Alpine maakt rentree

Alpine bestaat dit jaar 60 jaar, en beleeft in 2016 zijn rentree. In afwachting brengen wij u de geschiedeis van het succesrijke Franse sportwagenmerk in herinnering.  

De geschiedenis van de Société des Automobiles Alpine gaat terug tot 25 juni 1955 en Jean Rédélé (1922), zoon van een Renault-dealer in Dieppe en universitair van opleiding. Die neemt op zijn 24ste de garage van zijn vader over en wordt daarmee de jongste concessiehouder in Frankrijk. De gedreven jongeman is gebeten door de autosportmicrobe en neemt in 1950 aan het stuur van een Renault 4CV een eerste keer deel aan de Rally van Monte-Carlo. Datzelfde jaar wint hij de Rally van Dieppe. De Renault-directie in Parijs honoreert zijn prestaties door hem een speciale raceversie ter beschikking te stellen. Met de 4CV ‘1063’ snelt hij van de ene zege naar de andere. Jean Rédélé loopt echter niet graag aan het handje van een ander en neemt zelf contact op met de Italiaanse tuner Giovanni Michelotti met de vraag een 4 CV Spéciale Sport met een koetswerk uit aluminium te bouwen. Hij gaat ook samenwerken met André-Georges Claude, voor de ontwikkeling van een vijfversnellingsbak. Samen met zijn Parijse collega Renault-dealer Louis Pons wint hij de Mille Miglia, de befaamde stratenrace tussen Brescia en Rome.

Met zijn 4 CV Spéciale Sport van de hand van Giovanni Michelotti verslaat Jean Rédélé in 1953 een legertje Jaguars en Porsches in de Rally van Dieppe, in 1954 behalen Rédélé/Pons de zege in hun categorie in de Milla Miglia en slepen ze de Coupe des Alpes in de wacht. “De Alpen vormen het uitgelezen parcours voor de Renault 4 CV. Dat is ook de reden waarom ik mijn eigen creaties Alpine ben gaan noemen,” aldus de succesvolle rallyrijder én zakenman in een kranteninterview uit die tijd. Die is intussen getrouwd met de dochter van Charles Escoffier, de grootste Renault-dealer van Frankrijk. Die bezorgt zijn schoonzoon de nodige financiële ruggensteun om op 25 juni 1955 van start te kunnen gaan met de Société des Automobiles Alpine. Hij werkt dan al enkele maanden, samen met Jean Gessalin en de broers Chappe, aan de bouw van een reeks ‘coaches’ voor Gessalin & Chappe. Jean Rédélé kiest hiermee voor het ondernemerschap en zet een punt achter zijn autosportcarrière.

Renault 4CV vormt basis voor Alpine A106  

Op basis van een prototype van de hand van Jean Gessalin bouwt Jean Rédélé vervolgens drie exemplaren van de A106, eentje in het blauw, eentje in het wit en een eentje in het rood. Chauvinistisme zit Fransen in het bloed. De A staat voor Alpine, 106 is een verwijzing naar de codenaam van de 4 CV, die als orgaandonor dienstdoet. Mechanisch behoudt de Alpine A106 immers het chassis en wieltreinen van de 4 CV, onder de motorkap zit een 4-cilindermotor  van 21 of 38 pk. Het koetswerk is uit polyester en verwijst naar het oorspronkelijke koetswerk van de 4 CV. Een 5-versnellingsbak en ophanging met vier schokdempers zijn een optie. 

Jean Rédélé heeft de smaak te pakken en richt zijn eigen carrosseriebedrijf RDL op dat op het Autosalon van Parijs van 1956 opzien baart met een cabrioletversie van de A106. Eén jaar later volgt de eerste ‘berlinette’ A108, een afgeleid model van de A106 cabriolet van de hand van de 17-jarige Philippe Charles. Die bedekt de koplampen met een kap uit plexiglas en verlengt de achterkant om de wagen slanker te doen lijken. In 1961 introduceert Alpine een nieuw buizenchassis, gebaseerd op een centrale balk met laterale dwarsliggers die steun geven aan de subframes voor- en achteraan. Die ingrijpende ingreep komt de stijfheid van de carrosserie en het gewicht van de auto ten goede.  

Alpine expandeert en exporteert 

De zakenmanJean Rédélé wil graag expanderen maar beschikt over onvoldoende financiële middelen. In plaats van geld te lenen bij de bank gaat hij op zoek naar industriële partners die zijn kleine sportwagen onder licentie willen bouwen. Het bedrijf Willys-Overland dat met een Renault-licentie Dauphine’s bouwt voor de Braziliaanse markt heeft oor naar de Fransman en start in Sao Paulo met de productie van de Interlagos, op basis van de Alpine A108 en de A110. Autosport geniet een hoge status in Brazilië en onder andere de bekende F 1-piloten Carlos Pace en de broers Emerson en Wilson Fittipaldi hebben hun eerste autosportsuccessen in een Alpine Interlagos behaald.  

Met de komst van de A110 zet Alpine een volgende stap voorwaarts. De nieuwkomer is niet langer gebaseerd op de Renault 4CV maar op de Renault 8. Alpine vertegenwoordigt intussen de kleuren van Renault in tal van autosportcompetities. Met het sportieve succes, komt ook het commerciële succes. Om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen, komt er naast het atelier in de avenue Pasteur in Parijs en de fabriek in Dieppe een nieuwe productie-eenheid in Thirion-Gardais. Ook onder de motorkap verandert een en ander. De oorspronkelijke motor van 1.108 cc groeit in etappes uit tot 1.647 cc in 1977, het jaar waarin de laatste Alpine A110 van de band loopt. Renault is dan al meerderheidsaandeelhouder van het familiebedrijf.  

Het palmares van Alpine oogt indrukwekkend met ontelbare successen behaald in de meest uiteenlopende autosportdisciplines gaande van overwinningen in het wereldkampioenschap rally over de Formule 3 tot de 24 Uren van Le Mans. Piloten als Jean-Pierre Nicolas, Claude Andruet, Bernard Darniche en Jean-Luc Therier hebben autosportgeschiedenis geschreven aan het stuur van een Alpine. Vanaf eind van de jaren zeventig neemt Alpine ook succesvol deel aan Endurance-wedstrijden en behaalt met Didier Pironi en Jean-Pierre Jassaud in 1978 de eindzege. In feite effent Alpine de weg voor Renault richting de Formule 1.

Van de Berlinette naar de Grand Turismo  

Maar voor het zover is, verschijnt de Renault A310 ten tonele – naar een ontwerp van Jean Rédéle himself. De oliecrisis zorgt er echter voor dat de A310 geen lang leven beschoren is. In 1985 volgt de GTA waarmee Alpine de stap zet van de Berlinette naar de Gran Turismo. In zijn ultieme versie met de V6 turbomotor ontwikkelt de GTA 200 pk, wat hem de bijnaam jachtvliegtuig oplevert. In 1990 maakt de A610 zijn debuut, maar hij slaagt er niet in om een succesnummer te worden. In 1995 trekt de Renault-directie een streep onder het Alpine-verhaal en verhuist zij de productie van de sportieve Renault Sport-modellen naar de fabriek van Dieppe. 

Nog een jaartje geduld hebben

Ondertussen is Renault wereldkampioen in de Formule 1 geworden, is het toonaangevend op het vlak van elektromobiliteit en wil het als volumemerk nummer twee in Europa worden. Maar om dat doel te bereiken, mist het Franse merk présence in een aantal marktsegmenten en straalt het te weinig emotionaliteit uit. Allicht daarom kondigde Renault-topman Carlos Ghosn in 2012– bij gelegenheid van de 50ste verjaardag van de A110 - de herlancering aan van het merk Alpine tegen 2016. In afwachting heeft Renault her en der het hoek gelicht van de ‘Berlinette van de 21ste ‘ en hebben enkele prototypes al rondjes gedraaid in de straten van Monaco. Maar voor de nieuwe Alpine in Dieppe van de band zal lopen, moeten we dus nog een jaartje geduld hebben.

Afbeelding galerij

Contact

YesYes BV
Veenstraat 10
B-3630 Maasmechelen

BTW: BE 0883 567 853

© Copyright autonieuws.be 2018 - Disclaimer & Privacy